Tweedaagse Trois-Ponts: een verkenning voor de Battle of the Bulge Hiking Trail

Het werk aan de Battle of the Bulge Hiking Trail gaat onverminderd voort. In deze blogpost neem ik je mee op een tweedaagse verkenningstocht van een klein stukje van de BOB Trail, die ik begin augustus ondernam. Je komt te weten hoe ik mij baseer op de geschiedenis en hoe ik bepaalde routekeuzes maak. Geen klassieke wandelinspiratie dus, maar twee dagen uit het leven van iemand die probeert een historische wandelroute vorm te geven. Dit keer ging ik opnieuw op verkenning in de streek van Trois-Ponts.

Zoals je in eerdere blogposts reeds kon lezen (hier en hier), wordt de Battle of the Bulge Hiking Trail een doorlopende wandelroute van meer dan 500 kilometer, gebaseerd op de historische gebeurtenissen tijdens het Ardennenoffensief in de winter van 1944-1945. Onze Ardennen vormden het decor van een bloedige slag tussen de Amerikanen (en Engelsen) en de Duitsers. Deze tweedaagse is een probeersel: een poging om een route te vinden die kan bekoren door de aard van het pad, de natuur en de uitzichten, maar die tegelijk ook historisch correct is.

Hoe begin je daar nu aan? Wel, eerst heb ik de volledige route opgedeeld in blokken die ik af en toe ga verkennen. Daarbij wandel ik niet alleen over wat ik denk dat het finale traject zal worden, maar ga ik ook op verkenning in de directe omgeving. De routes die ik wandel, lijken dan ook op het eerste gezicht niet altijd helemaal logisch. In het geval van deze tweedaagse maak ik bijvoorbeeld een extra lus naar Ster en Parfrondruy van 4,5 kilometer. Elke normale wandelaar zou die wellicht gewoon achterwege laten en het gedeelte afsnijden. Ik maak die lus natuurlijk wel op basis van historische gebeurtenissen. Vooraleer ik me aan deze verkenning waagde, heb ik eerst nog een tiental bronnen geraadpleegd.

Het wordt een lange blogpost, maar dat past helemaal in mijn denkproces, waar ik jullie in meeneem. Lees alvast verder onder de volgende foto’s.

Maar laat ons bij het begin beginnen. De start van de verkenningstocht ligt aan het station van Trois-Ponts. Het kleine stadje lag op een strategische positie, namelijk op de knooppunten van N23, N28 en N33 (nu N66, N68 en N633), met bruggen over de Salm en de Amblève. De opmarsroutes van de Duitse 6. Panzerarmee liepen erdoor. De Kampfgruppe Peiper, speerpunt van de 1. SS Panzer-Division, moest van Trois-Ponts via de N23 Werbomont bereiken en zo verder via relatief gemakkelijk terrein de Maas bereiken. Amerikaanse geniesoldaten staken daar tijdig een stokje voor en bliezen de bruggen op vóór de aankomst van de Duitsers. Trois-Ponts en zijn station werden in de loop van de volgende weken het toneel van een bitse strijd tussen SS-eenheden en parachutisten van de Amerikaanse 82nd Airborne Division. De SS-eenheden zouden uiteindelijk worden teruggetrokken en vervangen door de 18. en 62. Volksgrenadier-Division.

Vanaf het station volg ik de weg omhoog richting Noupré. Hier is de GR14 even mijn rode draad. Ik volg een bekend stukje langs de Tour Leroux, met uitzicht op Trois-Ponts, en trek verder door de bossen in de richting van Wanne. Op enkele plaatsen zijn nog schuttersputjes te vinden, maar het blijft beperkt.

In Wanne aangekomen kies ik voor een lunch op het graspleintje in het midden van het dorp. In het kasteel van Wanne, dat net naast het plein ligt, had de 1. SS Panzer-Division haar hoofdkwartier opgetrokken. Enkele dorpelingen, onder wie de boswachter Emile Hemroulle, werden zonder verpinken door de SS geëxecuteerd. Zelfs een jongedame die op het verkeerde moment de straat overstak om een betere schuilplaats te zoeken, werd doodgeschoten. Een monument voor het kasteel herinnert aan deze slachtoffers. Ze staan ook nog eens vermeld op het dodenmonument van het dorp. Daarop zijn nog kogelinslagen te herkennen, want het monument stond er al ter herinnering aan de dorpelingen die tijdens de Eerste Wereldoorlog de dood vonden.

Aan de overzijde van de rotonde wordt het 517th Parachute Regimental Combat Team herdacht. Deze onafhankelijke eenheid vocht een tijdlang in de regio van Trois-Ponts en was eveneens betrokken bij de bevrijding van het Wanne-plateau. Let ook op de kogelinslagen op het gebouw waarin de lokale bibliotheek is ondergebracht.

De volgende halte op mijn route is de Faix du Diable. De bivakzone ernaast kan ik helaas niet gebruiken. Door de droogte en het niet respecteren van de regels rond kampvuren besloot de gemeente Trois-Ponts de bivakzone tijdelijk te sluiten. Maar in de bossen rond de Faix du Diable werd ook gevochten én het pad langs de rotsformatie is leuk om te wandelen.

Na anderhalve kilometer kom ik uit op de grindweg naar Spineux. Ook deze werd tijdens de oorlog gebruikt door de Duitsers. In Spineux staat een klein monument ter ere van de 112th en 424th Infantry Regiments van het Amerikaanse leger. Zij hielpen in januari 1945 bij de opkuis van het Wanne-plateau. Let ook op de privétuin waarin twee kanonnen staan opgesteld. Een daarvan is de bekende 88mm Flak.

Interessant is dat de 112th en 424th deel uitmaakten van respectievelijk de 28th en 106th Infantry Divisions, die er in de openingsdagen van het offensief flink van langskregen in Luxemburg en op de Schnee-Eifel. De 106th verloor er zelfs twee volledige regimenten, tweederde van haar slagkracht, in een korte strijd, gevolgd door een omsingeling en uiteindelijk krijgsgevangenschap. De 28th Infantry Division verging het niet veel beter. De 109th en 110th waren eveneens niet opgewassen tegen de veel sterkere vijand met tanks. Degenen die konden ontsnappen, deden dat vaak in absolute chaos.

Ik daal af naar de rivier de Salm, via dezelfde weg die de Duitsers en Amerikanen gebruikten bij hun aanvallen. Hoewel Amerikaanse geniesoldaten de brug opbliezen voordat de Duitsers die konden benutten, wisten de Duitsers alsnog de Salm over te steken en het daarachter gelegen plateau van Fosse te bereiken via Rochelinval.

De gevechten voor de definitieve bevrijding van Rochelinval door de Amerikanen liepen uit op een waar bloedbad. Het 551st Parachute Infantry Battalion, een onafhankelijk bataljon dat op dat ogenblik gedetacheerd was bij de 82nd Airborne, leed er dermate zware verliezen – waaronder zijn bevelhebber Colonel Wood G. Joerg – dat het bataljon moest worden opgedoekt. Van de bijna 800 man bij aanvang van het Ardennenoffensief was zo’n 85 à 90% gewond of gesneuveld. De overige soldaten en officieren werden opgenomen in de 82nd Airborne Division. Een monument tijdens de klim naar het dorp herinnert aan het 551st PIB.

De wandeling gaat verder langs de flanken van de bergen die de diepe Salmvallei omsluiten. Historisch gezien is de asfaltroute door het bos van Tier de la Cognée, rechtstreeks naar Bergeval, de weg die ik zou kunnen volgen. Het is immers langs daar dat het grootste deel van het 551st op 7 januari 1945 de aanval op Rochelinval inzette. Hoewel een deel van C Company van het 551st via het bospad kwam.

Ongeveer een kilometer voorbij Rochelinval kom je op de plaats waar de overgebleven troepen van Kampfgruppe Peiper op kerstavond de heuvels afdaalden om de Salm over te steken naar Wanne. De Kampfgruppe Peiper, berucht om de oorlogsmisdaden die het beging in de Ardennen, was in alle stilte uit de omsingeling van La Gleize gebroken. Via Brume, Henri-Moulin en Bergeval en het bos van Fosseuhé slaagden ze erin de Salm te bereiken. Zo’n 800 van de oorspronkelijk 4000 manschappen bereikten in de vroege ochtend van 25 december 1944 de Duitse linies bijWanne.

Aan de aanval op Rochelinval door het 551st PIB gingen eerst nog enkele dagen van gevechten vooraf op het zogenaamde plateau van Fosse. Op dat plateau werd flink gevochten om de dorpen Fosse, Saint-Jacques, Bergeval en Dairmont. De Duitsers van de 62. Volksgrenadierdivision hadden zich er flink ingegraven en lieten zich niet onbetuigd, met grote verliezen aan beide zijden als gevolg.

Ik bewandel nu de Sunken Road, de weg tussen Saint-Jacques en Fosse. Het 551st PIB gebruikte die om achter te schuilen voor hun aanval heuvelopwaarts naar Dairomont. De Duitsers namen hen met tanks en machinegeweren onder vuur vanuit Saint-Jacques, Dairomont en de omliggende bossen. De Duitsers sloegen verschillende aanvallen af, maar een bajonetaanval onder leiding van Lieutenant Durkee van het 551st werd wel een succes, met heel wat slachtoffers aan beide zijden tot gevolg. De Amerikanen namen geen gevangenen.

Na Fosse volg ik weer even de GR14 door de kapvlakte onder de hoogspanningskabels. Dezelfde weg werd door het 505th Parachute Infantry Regiment gebruikt in hun opmars naar Amcomont en Odrimont, iets zuidelijker. Aan een vogelobservatiehut draai ik rechtsaf het bos in, afdalend naar de waterloop de Bâleur. Het traject ken ik nog van enkele jaren geleden.

Wellicht zal het finale parcours van de BOB Trail vanaf Bergeval enigszins anders lopen, bijvoorbeeld langs de beek de Rau de Mé en zo directer naar Trois-Ponts. Langs de beek trokken zowel Duitsers als Amerikanen. En vooral die laatste kwamen hierlangs in hun poging het plateau van Fosse te heroveren. In de bossen van Hèrispèhe zaten de Duitsers ingegraven, dus daar zou ik zeker nog sporen moeten vinden. Maar voor mijn verkenning koos ik toch de vallei van de Bâleur, omdat ik die nog ken en het best wel een mooie passage vond. Tussen Bergeval en Fosse is het wel asfalt dat de klok slaat, en dat wil ik vermijden. Dus toch de Rau de Mé?

Voorbij de Bâleur kom ik in Basse-Bodeux aan wat ooit de N23 was, nu de N66. Achter die gewestweg en de huidige N651, die aftakt naar Manhay, liet de Britse veldmaarschalk Montgomery de Amerikanen terugtrekken om de frontlijn recht te trekken. Montgomery had vanaf 20 december de leiding gekregen over alle troepen – dus ook de Amerikaanse – in de noordelijke schouder van het Ardennenfront.

De camping Plein Sud is mijn stopplaats voor de nacht.

De volgende ochtend doe ik eerst een lokale wandeling onder de noemer “Marche doucement, tout est vivant” (vertaling: wandel voorzichtig, alles leeft). Het is een korte, anderhalve kilometer lange luswandeling net naast de camping. Aan de hand van tekeningen van levende wezens volg je het leuke pad. Door de langdurige droogte staat er helaas geen water in de beek. Het heeft een beetje Ninglinspo-vibes, maar dan veel gemakkelijker. Leuk voor kleine kinderen is het zeker, en ook voor volwassenen is het niet saai.

De tweede wandeldag is veel korter dan de eerste, want ik heb vandaag maar een halve wandeldag ter beschikking. In de bossen van de Hé du Moulin probeer ik eigenlijk de meest simpele route te vinden. Hier zijn geen littekens van de oorlog, althans niet op het eerste gezicht. Op een bepaald punt moet ik even het pad verlaten om een ander, lager gelegen pad te nemen. Een hoog talud boven dat pad maakt het even spannend. Maar ik kan me vasthouden aan de takken van een boom en laat me zo van het steile talud glijden.

Enkele kilometers verderop kom ik aan de begraafplaats die hoog boven Trois-Ponts gelegen is. Daar vallen de kogelinslagen op het kleine kapelletje wel op. Er werd in elk geval heen en weer geschoten tussen Duitsers aan de overzijde van de Amblève, in het Bois des Six Moines en bij Biester, en de Amerikanen die op de berg hadden postgevat en hen bestookten. Heeft het zin om de wandelaars op de BOB Trail via de begraafplaats te sturen? Misschien wel, want het uitzicht geeft hier een interessante kijk op het slagveld. Vooral de weg naar Noupré vanaf het station van Trois-Ponts lijkt van hieruit zeer imposant.

In Trois-Ponts aangekomen zijn er nog enkele littekens van de strijd te zien, zoals enkele kogelinslagen op gebouwen. De monumenten op het kerkplein geven ook informatie over enkele gebeurtenissen. Zoals het gedenkteken voor Lieutenant Wertich van het 80th Airborne Anti-Aircraft Battalion. De luitenant had met twee kanonnen postgevat op de weg naar Aisomont en Wanne, in de bocht bij Noupré. Met hun kleine 57mm-antitankkanonnen waren ze echter niet opgewassen tegen de Duitse tanks en overmacht. Vier mannen, onder wie Wertich, sneuvelden. De rest kon ontkomen.

Een ander monument herdenkt de vele gesneuvelden van het 505th Parachute Infantry Regiment in de gevechten rond Trois-Ponts. We mogen echter de burgerbevolking niet vergeten, want ook zij hadden zwaar te lijden onder de gevechten en het moordlustige gedrag van sommige Duitse eenheden. Zo werden bij de aankomst van de SS in Trois-Ponts verschillende burgers vermoord. De jongste was 13 jaar, Michel Nicolay.

Ik volg de weg richting Coo, maar sla aan de brug over de Amblève rechtsaf op de recent aangelegde voetgangersbrug. Hier zie je nog een monument ter herdenking van de burgerslachtoffers die langs deze weg vielen. De brug, net als die in het centrum van Trois-Ponts, werd door de Amerikaanse engineers opgeblazen om de Duitse opmars te stoppen.

Wat verderop liggen de viaducten, de doorgangen onder de spoorweg. Je kan ze via de gewestweg bereiken, maar ik kies voor de kalmere achterzijde. Ik wandel tot aan het monument voor vier Amerikaanse soldaten van het 526th Armored Infantry Battalion die zo’n 200 meter voorbij de viaducten op 18 december met een 57mm-antitankkanon probeerden de opmars van de Kampfgruppe Peiper tegen te houden. Net als de mannen bij Noupré was het een zelfmoordactie. Twee oudere burgers die er woonden, werden een dag later door SS-mannen vermoord terwijl ze op straat liepen. Het gebouw dat er destijds stond, werd enkele jaren geleden afgebroken, omdat het al meer dan 30 jaar leeg en op instorten stond.

In de muren van de viaducten kan je nog sporen van kogelinslagen en shrapnel zien. Ik neem de weg bergop tussen de beide viaducten. Hier loopt ook de GRP571. Ik weet dat er op de helling enkele schuttersputjes zijn, maar ik wil het nog verder verkennen en laat de GRP links liggen. Ik kom inderdaad enkele putjes tegen, maar er moeten er nog zijn die ik niet meteen kan vinden. Het Bois des Six Moines, waarin ik me nu bevind, was een strijdtoneel tussen de 30th Infantry Division en verschillende Duitse eenheden, voornamelijk SS.

Via de weg tussen Coo en door het Bois des Six Moines bereikte de verkenningseenheid van de 1. SS Panzer-Division onder leiding van Gustav Knittel de dorpen Ster, Parfrondruy en Renardmont. Daar hielden de SS’ers lelijk huis. Meer dan 60 burgers werden er zonder pardon vermoord, onder wie een baby van 9 maanden. De verantwoordelijken van al deze oorlogsmisdaden kwamen er na de oorlog met gevangenisstraffen vanaf, ondanks een terdoodveroordeling op de Malmédy-processen in Dachau in 1946.

De wandeling voert me via het uitzichtspunt van Ster naar het gelijknamige dorp, vervolgens naar Renardmont en ten slotte naar Parfrondruy. De monumenten voor de burgerslachtoffers vallen helaas amper op. Nu moet ik wel nog de afweging maken of een omweg via de drie dorpen loont of dat ik dat gedeelte in het uiteindelijke parcours links laat liggen. Een van de criteria die in het nadeel spreekt van deze lus, is de hoeveelheid asfalt. Daartegenover staat natuurlijk de plicht om de gebeurtenissen te herdenken én het knappe uitzicht op het plateau van Wanne aan de overzijde. Tijd zal raad brengen?

Via een smal, steil pad bereik ik in sneltempo de gewestweg. Ik steek deze over en volg vervolgens kort een pad parallel aan de weg en de Amblève. Bij het vakantiedomein Long Pré steek ik de voetgangersbrug over de rivier over. Ik sla linksaf en al snel wordt het pad een soort via ferrata, de Montée des cordes. Nog net te doen als je je handen ook gebruikt, maar te moeilijk met een grote trekkingrugzak. Hier zal ik moeten overwegen om een kleine omweg door het bos van Grand Faye te maken.

Ik wil sowieso nog langs de ruïnes van het vroegere Château de Petit-Spay, ooit een groot landhuis, mooi ingebed in de omgeving. Tijdens de oorlog werden hier kinderen van Belgische krijgsgevangenen opgevangen. Nu kwamen deze kinderen en hun begeleiders terecht in het oog van de storm. Een priester die deel uitmaakte van de begeleiding wordt door de SS meegenomen en wat verderop vermoord. De kinderen en de overige begeleiders schuilden in de kelders, terwijl de Amerikaanse artillerie overal in de buurt insloeg. De SS gebruikte het gebouw als hoofdkwartier en hospitaal, totdat ze geleidelijk aan werden vervangen door de gewone Duitse infanterie, de Volksgrenadiers van de 18de divisie. Zij hadden wel medelijden met de kinderen en lieten hen naar een veiligere plaats achter het front transporteren.

Tussen het landhuis en Noupré werden op 21 december in het bos ook 11 parachutisten van het 505th Parachute Infantry Regiment geëxecuteerd door de SS. De parachutisten maakten deel uit van bazooka- en mortierteams die bij Noupré hadden postgevat.

Het doet wat akelig aan om in de ruïnes van het château rond te lopen. Maar ik profiteer ervan, want binnenkort zal het gebouw wellicht tegen de vlakte gaan. Men wil hier blijkbaar een heel vakantiepark met 200 woningen bouwen. De bomen werden enkele maanden geleden al omgehakt. Nu is het afwachten hoelang de ruïne nog overeind blijft.

De brug van Petit Spay bezoek ik deze keer niet. Toen er in Stavelot geen doorkomen meer aan was door toedoen van de Amerikanen, moest de SS deze kleinere brug over de Amblève gebruiken. Ze stortte op 22 december in onder het gewicht van een Duitse tank. Duitse geniesoldaten konden ook geen nieuwe brug bouwen, want de locatie werd voortdurend bestookt door Amerikaanse artillerie. Wat verder stroomopwaarts, aan de monding van Rau de Parfondruy, vonden de Duitsers wel een doorwaadbare plaats voor hun voertuigen.

Via de toegangsweg naar het château bereik ik de weg tussen Trois-Ponts/Noupré en Aismont/Wanne. Ik volg de weg in de richting van Trois-Ponts, op zoek naar schuttersputjes in het bos, net voor de bocht waar de antitankkanonnen van Wertich opgesteld werden. En ik vind er inderdaad nog enkele foxholes. Bij de komst van de Duitsers konden nog enkele Amerikanen ontkomen door de rotswand omlaag te klauteren naar de achterzijde van het station van Trois-Ponts.

Niet veel later sta ik aan het station voor de terugweg naar huis.

Wat zijn nu de volgende stappen? De notities die ik tijdens deze tweedaagse wandeling maakte, worden gedigitaliseerd. Al mijn opmerkingen, bevindingen en historische locaties hou ik bij. Ik denk ook al na over eventuele alternatieve routes. Natuurlijk heb ik voor deze wandeling al heel wat literatuur over dit frontgedeelte geraadpleegd. Dat helpt om de verkenning iets gerichter te doen verlopen.

Al ben ik hoegenaamd niet helemaal tevreden met de gekozen route. Ik zal dus zeker nog wat werk hebben voor er een definitieve versie van de route op tafel zal liggen.

Gegevens wandeling:

Datum: Zaterdag 1 & Zondag 2 Augustus 2026
Startpunt: Station Trois-Ponts
Eindpunt: Station Trois-Ponts
Pad: Battle of the Bulge Hiking Trail verkenning
Afstand: 41 kilometer (dag 1: 25km / dag 2: 16km)
Stijgingsmeters: 1112m
Dalingsmeters: 1112m
Bereikbaarheid: Trein
GPX: Klik op het GPX-icoon bovenaan de kaart
Verhard – Onverhard: 37,8% – 62,2%

Kaart & Hoogteprofiel:

Foto’s: